Rechtbank ‘s-Gravenhage 3 februari 2012 (het enkele bekijken in maart 2009), LJN BV2841 (ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2841)



Rechtbank ‘s-Gravenhage 3 februari 2012 (het enkele bekijken in maart 2009), ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2841, LJN
BV2841


Kinderporno. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij via de computer actief op zoek is geweest naar kinderporno. Hij heeft de afbeeldingen niet op zijn computer opgeslagen, maar slechts aangeklikt om ze te bekijken. Vervolgens heeft hij ze weggegooid. Hij was zich er enerzijds van bewust dat de afbeeldingen dan in de map Temporary Files terecht zouden kunnen komen, maar anderzijds wist hij dat de afbeeldingen definitief gewist zouden worden door het programma CCleaner. Hij ging er daarmee vanuit dat de afbeeldingen niet meer op de computer zouden staan. Hij wilde de afbeeldingen dan ook niet bezitten. Nu na onderzoek van de politie op de werkcomputer van verdachte geen enkele kinderpornografische afbeelding is aangetroffen, een omstandigheid die steun biedt aan verdachtes verklaringen, kan thans niet meer worden vastgesteld op exact welke locatie (bijvoorbeeld de harde schijf of de map ‘Temporary Internetfiles) en gedurende welke tijd de afbeeldingen zich op de computer van verdachte hebben bevonden. Daarom kan de Rechtbank de precieze beschikkingsmacht die verdachte zou hebben gehad over de ten laste gelegde afbeeldingen onvoldoende beoordelen, en gaat zij uit van verdachtes eigen verklaringen. Verder ontbreekt het noodzakelijke bewijs voor de opzet van verdachte op het bezit van de afbeeldingen (vgl. Hof ‘s-Gravenhage, 24 mei 2005, ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2841, LJN AU2281). De Rechtbank gaat er vanuit dat verdachte, zoals hij ook ter terechtzitting heeft verklaard, niet de bedoeling heeft gehad om de afbeeldingen te bewaren en daarmee in zijn bezit te hebben. Hij heeft de afbeeldingen na het bekijken daarvan effectief verwijderd. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht kan worden opgemaakt dat de wetgever het enkele bekijken van afbeeldingen van kinderpornografische aard ten tijde van de ten laste gelegde periode niet strafbaar heeft willen stellen. De Rechtbank leidt hier uit af dat het enkele bekijken van dergelijke afbeeldingen in de ten laste gelegde periode niet aangemerkt kan worden als het in bezit hebben als bedoeld in artikel 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht en is om die reden met de verdediging dan ook van oordeel dat verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.


Categorie├źn: Kinderporno, nocategory

Tags: , , , , , , , ,