Rechtbank ’s-Gravenhage 4 april 2013 (Oeigoerse beweging), LJN BZ7029 (ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7029)



Rechtbank ’s-Gravenhage 4 april 2013 (Oeigoerse beweging), ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7029, LJN BZ7029

Uit de door eiser genoemde verwijzingen naar internetsites volgt evenwel dat in ieder geval één van de foto’s is genomen op 18 januari 2012 op een bijeenkomst waarbij ook Rebiya Kadeer aanwezig was. Op die foto is eiser goed te herkennen in het publiek. In het licht daarvan is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet deugdelijk heeft onderbouwd dat de deelname van eiser aan activiteiten van de Oeigoerse beweging niet aannemelijk is gemaakt of dat eiser Rebiya Kadeer niet persoonlijk heeft ontmoet. Tegen de achtergrond van de hierboven weergegeven informatie, met name de informatie uit het AIVD-rapport dat de Chinese autoriteiten de activiteiten van de Oeigoeren in Nederland nauwlettend in de gaten houden, is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet zonder nadere motivering heeft kunnen tegenwerpen dat niet aannemelijk is dat de Chinese autoriteiten niet op de hoogte zijn van eisers activiteiten.


Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.


Categorieën: Foto's, nocategory, Vreemdelingenrecht

Tags: ,