Rechtbank ’s-Gravenhage 4 juni 2010 (Kat in Nood), LJN BM6833 (ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6833)



Rechtbank ’s-Gravenhage 4 juni 2010 (Kat in Nood), ECLI:NL:RBSGR:2010:BM6833, LJN
BM6833

Verdachte dreef een eenmanszaak, een winkel in vloerbedekking en tapijten. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard, dat er op die dag een klant in zijn zaak kwam die pvc laminaat wilde kopen. De klant sprak daar volgens verdachte met verstand van zaken over en heeft op die dag in totaal 6 pallets met pvc etile gekocht. De klant nam de pallets mee in een busje en werd daarbij geassisteerd door een tweede man. Van de aankoop van de partij pvc etile zijn twee facturen opgemaakt. De klant vroeg verdachte boven de facturen Stichting Kat te vermelden. Verdachte heeft niet gevraagd naar zijn legitimatie en gesteld dat hij in de 15 jaar dat hij handel drijft nog nooit een klant heeft verzocht zich te legitimeren. Verdachte heeft verklaard dat het niet mogelijk was om dergelijke grote bedragen bij zijn bedrijf middels een pintransactie te betalen. Verdachte is daarom ingegaan op het verzoek van de klant de bedragen per internet over te boeken. Verdachte heeft daarvoor aan de klant zijn rekeningnummers gegeven en zijn computer ter beschikking gesteld. De wijze waarop de klant via internet de overboekingen deed, met gebruikmaking van een kastje, maakte op verdachte een betrouwbare indruk. Verdachte heeft verklaard dat hij regelmatig pvc verkocht en dat een transactie als deze voor hem niet ongebruikelijk was.


De rechtbank is van oordeel dat op detailhandelaars, zoals verdachte, in beginsel geen onderzoeksplicht rust naar de persoon van een koper en naar de herkomst van geldbedragen waarmee goederen worden gekocht, indien een transactie binnen het normale bedrijfspatroon valt. Een onderzoeksplicht zou alleen gevergd mogen worden van een detailhandelaar, indien het patroon van een transactie bijzonder afwijkend is van het normale bedrijfspatroon.
Onder de geschetste omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet gehouden was nader onderzoek te verrichten naar de persoon van de koper en de herkomst van het geld dat hij ontving. Nu ook voorts niet is gebleken dat verdachte met de voor een bewezenverklaring van schuldwitwassen vereiste grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld kan ook schuldwitwassen niet bewezen worden verklaard.


Categorieën: nocategory, Strafrecht

Tags: , , , , , , ,