Rechtbank ‘s-Gravenhage 9 juni 2011 (Faidah), LJN BQ8490. (ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8490)




Rechtbank ‘s-Gravenhage 9 juni 2011 (Faidah), LJN BQ8490. (ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8490)

De rechtbank ziet geen aanleiding om vanwege de door eiser ingeroepen uitspraak van de het hoogste bestuursgerecht in Finland van 30 december 2010 het verzoek van eiser om prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ over de nadere invulling van deze bepaling, in te willigen. Daartoe is het volgende redengevend. De rechtbank is met eiser van oordeel dat het, vanuit het oogpunt van doel en strekking van de Richtlijn bezien, onwenselijk is dat gerechten in de lidstaten op basis van nagenoeg dezelfde bronnen tot een andere beoordeling van de situatie in een bepaald (deel van een) land in het licht van artikel 15, aanhef en onder c, van de Richtlijn komen. Deze situatie wordt echter niet veroorzaakt door een gebrek aan duidelijkheid over wat met het begrip ‘uitzonderlijke situatie’ is beoogd, maar door een verschil in een waardering van feitelijke informatie, welke informatie van land tot land en van dag tot dag verschilt. Een nadere uitleg van het begrip ‘uitzonderlijke situatie’ biedt hier geen soelaas. Om die reden ziet de rechtbank af van het stellen van prejudiciële vragen aan het EHvJ over de invulling van artikel 15, aanhef en onder c, van de Richtlijn.


Categorieën: Google Maps/Google Earth, nocategory