Rechtbank ‘s-Gravenhage zittingsplaats Amsterdam 8 december 2008 (Taalanalyse), LJN BG7063 (ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7063)




Rechtbank ‘s-Gravenhage zittingsplaats Amsterdam 8 december 2008 (Taalanalyse), LJN BG7063 (ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7063)

Taalanalyse / inschakeling Bureau Land en Taal / vergewisplicht / juistheid en volledigheid van het rapport van de taalanalyse Uit de uitspraken van de AbRS van 22 december 2004 (LJN: AR8491) en van 29 maart 2007 (LJN: BA2713) volgt dat in zoverre een taalanalyse wordt verricht door een taalanalist die door het Bureau Land en Taal is geselecteerd verweerder voor wat betreft de deskundigheid van de taalanalist heeft voldaan aan de vergewisplicht. Uit de jurisprudentie van de AbRS valt evenwel niet zonder meer af te leiden dat, indien een terzake deskundig taalanalist de analyse heeft verricht, verweerder daarmee ook aan zijn vergewisplicht heeft voldaan voor wat betreft de juistheid en volledigheid van het rapport van de taalanalyse zelf. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de AbRS van 22 december 2004 (LJN: AS7438), met name in rechtsoverweging 2.1.4. De rechtbank leidt hieruit af dat het enkele feit dat de taalanalisten van Bureau Land en Taal deskundig zijn te achten, niet bij voorbaat betekent dat verweerder daarmee ook ten volle aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Voorts vindt de rechtbank voor dit oordeel steun in de uitspraak van de AbRS van 12 februari 2004 (LJN: AO4836), met name rechtsoverweging 2.1.2. Daarin is overwogen dat niet valt in te zien dat de conclusie uit de betreffende taalanalyse van het Bureau Land en Taal, onduidelijk was, of in tegenspraak met hetgeen overigens uit het rapport valt op te maken. De rechtbank begrijpt hieruit dat de vergewisplicht ook met zich meebrengt dat verweerder dient na te gaan of de conclusies die in een rapport van taalanalyse van het Bureau Land en Taal worden getrokken duidelijk zijn en dat deze conclusies innerlijk consistent moeten zijn. De jurisprudentie van de AbRS laat ruimte voor het oordeel dat met de inschakeling van het Bureau Land en Taal door verweerder nog niet per definitie ten volle aan de vergewisplicht is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit het voorgaande dat verweerder zich bij een deskundigenadvies als het onderhavige, zoals bij elk deskundigenadvies, steeds dient te vergewissen van het feit dat het advies wat betreft inhoud en procedure zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk inzichtelijk is. Het enkele inschakelen van een tot het verrichten van een taalanalyse deskundig bureau als het Bureau Land en Taal is daartoe onvoldoende. Volgt bespreking van de vraag of verweerder in het onderhavige geval aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Op diverse punten concludeert de rechtbank dat de rapporten van taalanalyse niet inzichtelijk zijn, dat verweerder niet aan zijn vergewisplicht heeft voldaan en het bestreden besluit derhalve niet zorgvuldig is voorbereid.


Categorie├źn: nocategory, Vreemdelingenrecht