Rechtbank ’s-Gravenhage, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch 22 maart 2012 (bekeerde Iraniërs), LJN BV9727 (ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9727)



Rechtbank ’s-Gravenhage, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch 22 maart 2012 (bekeerde Iraniërs), ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9727, LJN BV9727

Beroep tegen afwijzing van verblijfsvergunning asiel.


Voor zover verzoekers hebben aangevoerd dat zij in Nederland politieke activiteiten hebben ontplooid en de christelijke boodschap hebben verspreid via social media, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Hierbij is in de eerste plaats van belang dat deze activiteiten niet ongeloofwaardig zijn te achten. Voorts kan niet op voorhand worden uitgesloten dat deze activiteiten kunnen afdoen aan de eerdere besluiten, nu onder meer uit het ambtsbericht naar voren komt dat internetactiviteiten onder voortdurend toezicht van de Cyber Police Force staan. Het ambtsbericht vermeldt verder dat de Iraanse autoriteiten zich ook op het sms- en e-mailverkeer van burgers richten en dat de autoriteiten zich bewust zijn van de mobiliserende kracht die uitgaat van internet en sociale media. Daarnaast staat in het ambtbericht vermeld dat het kan voorkomen dat Iraniërs op het vliegveld worden geconfronteerd met de inhoud van hun weblogs, Facebook- of YouTube-accounts en dat hierbij geen specifieke nadruk ligt op in- en uitreizende Iraniërs.


Echter: niet aannemelijk gemaakt dat de Iraanse autoriteiten bekend zijn met de activiteiten die verzoeker in Nederland heeft verricht, zijn publicaties op internet, zijn radio-interview, de film op YouTube en de christelijke boodschap die hij via Facebook en YouTube verspreidt. De voorzieningenrechter overweegt dat de enkele mogelijkheid (“mere possibility”) dat de Iraanse autoriteiten verzoeker op dit moment in de gaten houden onvoldoende is voor een geslaagd beroep op artikel 3 van het EVRM, nu daarvoor sprake dient te zijn van een reëel en voorzienbaar risico.


Verweerder heeft daarentegen niet, althans onvoldoende, gemotiveerd waarom verzoekers bij terugkeer naar Iran niet in de negatieve aandacht van de Iraanse autoriteiten kunnen komen te staan. Verweerder heeft ook niet gemotiveerd waarom de activiteiten die verzoeker hier te lande heeft ontplooid, bij zijn terugkeer naar Iran niet bekend zullen geraken als gevolg van het actieve speurwerk dat de Iraanse autoriteiten op het internet verrichten. Dus: motiveringsgebrek, beroep is gegrond.


Categorieën: Filmpjes op internet, nocategory, Sociale netwerksites, Vreemdelingenrecht

Tags: , , , , , , ,