Rechtbank Utrecht 28 juli 2010 (Ryanair/Wegolo), LJN BN2268 (ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2268)



Rechtbank Utrecht 28 juli 2010 (Ryanair/Wegolo), ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2268, LJN BN2268


Gedaagde PR-Aviation exploiteert website waarop consumenten vluchtgegevens kunnen zoeken, prijzen vergelijken en vluchten bij onder meer eiser Ryanair kunnen boeken.


Met betrekking tot databankenrecht: Ryanair heeft haar stelling dat sprake is van een substantiële investering in de zin van de Databankenrichtlijn en de Databankenwet onvoldoende heeft onderbouwd. Van haar mocht worden verwacht dat zij bij het opvoeren en onderbouwen van de door haar verrichte investeringen onderscheid maakte:
– tussen investeringen die betrekking hadden op het creëren van de gegevens (en de controle daarvan in de fase van het creëren) en investeringen die betrekking hebben op het verkrijgen en opnemen van deze gegevens in de databank en het toetsen van deze gegevens aan het bestaande vluchtsysteem;
– tussen investeringen die zijn gedaan om de databank gegevens te kunnen laten verwerken en investeringen die betrekking hebben op de communicatie met het publiek en het boeken van vluchten;
– tussen investeringen die betrekking hebben op haar gewone bedrijfsvoering en investeringen in haar gegevensverzameling.
De omschrijvingen van de door haar opgevoerde posten en de gegeven onderbouwing daarvan duiden, zoals hiervoor reeds is overwogen, op vermenging van deze te onderscheiden investeringen.
Dit betekent dat de rechtbank niet in staat is om te beoordelen of, na eliminatie van de kosten die niet onder het begrip ‘investering’ als hiervoor bedoeld vallen, een voldoende substantiële investering in het verkrijgen, controleren en presenteren van de gegevens in de databank resteert om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat voldaan is aan het vereiste van een ‘substantiële investering’ in de zin van de Databankenrichtlijn en de Databankenwet.



Met betrekking tot auteursrecht: Uit de geciteerde overwegingen uit de wetsgeschiedenis blijkt ondubbelzinnig dat het de bedoeling van de wetgever was om voor gegevens(-verzamelingen) die niet onder de databank definitie vallen en databanken waarbij geen sprake was van substantiële investering, de geschriftenbescherming te handhaven. Een eventuele onjuiste implementatie van de Databankenrichtlijn en/of de Auteursrichtlijn niet kan leiden tot het oordeel dat aan Ryanair geen geschriftenbescherming met betrekking tot haar gegevens toekomt. De gegevensverzameling van Ryanair kan worden aangemerkt als een opschriftstelling van bepaalde gegevens.


Voor zover PR Aviation beoogt te betogen dat bij elke zoek- en boekactie via haar website telkens slechts een geringe hoeveelheid gegevens wordt overgenomen, faalt dit betoog. Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad gaat het immers niet om de hoeveelheid overgenomen gegevens, maar om de vraag of er sprake is van een ‘eenvoudige herhaling’ van gegevens.


PR Aviation maakt met het overnemen van gegevens uit de gegevensverzameling van Ryanair in het kader van de uitvoering van een zoekopdracht voor haar klanten inbreuk op de aan Ryanair toekomende geschriftenbescherming en daarmee op het aan haar toekomende auteursrecht ex artikel 10 lid 1 Auteurswet.


Met betrekking tot aantasting reputatie: De wijze waarop PR Aviation bemiddelt bij de vluchten van Ryanair een negatieve invloed kan hebben op de bedrijfsvoering van Ryanair en kan leiden tot reputatieschade aan de zijde van Ryanair.
In het voorkomen daarvan is een voldoende objectieve rechtvaardigingsgrond voor Ryanair gelegen om PR Aviation te verbieden om gebruik te maken van haar vluchtgegevens voor het verrichten van boekingen. Ryanair maakt dan ook geen misbruik van haar machtspositie (op het gebied van haar vluchtgegevens) door haar intellectuele eigendomsrecht in te zetten om (deze wijze van) bemiddeling door PR Aviation te verhinderen.


Categorieën: Auteursrecht, Databankenrecht, Mededingingsrecht, nocategory

Tags: , , , , , , , , , , ,