Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 oktober 2020 (Swishfund), ECLI:NL:RBZWB:2020:4817

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 oktober 2020 (Swishfund), ECLI:NL:RBZWB:2020:4817

Swishfund stelt dat de handtekening een gekwalificeerde elektronische handtekening betreft in de zin van artikel 3, onderdeel 12, van de Eidasverordening. Swishfund heeft dit standpunt echter onvoldoende onderbouwd. Er is niet gesteld of gebleken dat het gebruikte programma een gekwalificeerd middel is in de zin van artikel 3 sub 22 en 23 van de Eidas-verordening noch dat de handtekening gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat in de zin van artikel 3 sub 14 en 15 van de Eidas-verordening.

Nu de gebruikte handtekening niet kan worden aangemerkt als een gekwalificeerde elektronische handtekening zal op grond van artikel 3:15a BW gekeken moeten worden of de methode voor  ondertekening, gelet op het doel en de overige omstandigheden van het geval, voldoende betrouwbaar is. De kantonrechter acht hierbij mede van belang hoe de overeenkomst van borgtocht en hoe de digitale handtekening tot stand zijn gekomen. Ook de aard van de overeenkomst is van belang.

Hoewel geen enkele ondertekenmethode bestand zal zijn tegen alle mogelijke vormen van misbruik, levert de door Swishfund gevolgde methode een groot risico op van misbruik door personen die de beschikking hebben over de e-mailadressen en de bankgegevens van een vennootschap en over de persoonsgegevens van haar bestuurders. Een dergelijke vorm van identiteitsfraude is bij volledig digitale handelsbetrekkingen een voorzienbaar en niet te verwaarlozen risico. Om de identificatie bij een elektronische handtekening te waarborgen, kan gebruik gemaakt worden van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3:15a BW.

De kantonrechter oordeelt dat de gebruikte handtekening ook niet is aan te merken als een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3 sub 11 Eidas-verordening.

Categorieën: E-commerce, Identiteitsfraude

Tags: , , , , , , ,