Sector kanton rechtbank Groningen 18 februari 2010 (internet in studentenwoning), LJN BL4949 (ECLI:NL:RBGRO:2010:BL4949)



Sector kanton rechtbank Groningen 18 februari 2010 (internet in studentenwoning),
ECLI:NL:RBGRO:2010:BL4949, LJN
BL4949

Naar het oordeel van de kantonrechter dient voor het beantwoorden van de vraag of de internetvoorziening onder de huurprijs kan worden opgenomen, onderscheid te worden gemaakt tussen de aanlegkosten van de voorziening en de abonnementskosten daarvan.


De abonnementskosten, waaronder begrepen wordt de kosten die voortvloeien uit het daadwerkelijk gebruik van de voorziening staan hier niet ter discussie.


De kosten voor het aanleggen van de voorziening die het mogelijk maakt om in de studentenwoningen (eventueel) gebruik te kunnen maken van het internet, vallen naar het oordeel van de kantonrechter onder de kosten van onroerende aanhorigheden. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt de kosten die worden gemaakt ter verhoging van het woongerief op een later tijdstip, via de weg van artikel 7:255 BW, alsnog in de kale huur door te berekenen. Bij de beoordeling van de vraag of de aanlegkosten ook onder de noemer woongerief gebracht kunnen worden, acht de kantonrechter het van belang dat het hier om een studentenwoning handelt en dat het voor deze doelgroep noodzakelijk is om gebruik te kunnen maken van het internet. Er is dan ook inderdaad sprake van een verhoging van het woongerief.


Categorie├źn: Huurrecht, Internettoegangsdiensten, nocategory

Tags: , , , , , ,