Sector kanton Rechtbank Zwolle 12 oktober 2011 (Daisycon tegen Kantoorcentrum), LJN BT7640 (ECLI:NL:RBZLY:2011:BT7640)



Sector kanton Rechtbank Zwolle 12 oktober 2011 (Daisycon tegen Kantoorcentrum), ECLI:NL:RBZLY:2011:BT7640, LJN BT7640

De “overeenkomst affiliatieprogramma” behelst dat eiser Daisycon fungeert als intermediair tussen gedaagde Kantoorcentrum ( “adverteerder”) en “affiliates”. “Affiliates” kunnen zich via Daisycon aanmelden om op hun website een banner te plaatsen van Kantoorcentrum. De door Kantoorcentrum aan de “affiliates”verschuldigde vergoeding wordt door Daisycon vastgesteld en maandelijks aan Kantoorcentrum gefactureerd, vermeerderd met haar commissie en eventuele traffictoeslag. Kantoorcentrum dient volgens de overeenkomst die facturen aan Daisycon te voldoen en Daisycon draagt zorg voor afdracht van de vergoeding aan de “affiliates”.


Vier “affiliates” aan wie Kantoorcentrum had toegestaan om een banner van Kantoorcentrum op hun website te plaatsen, hebben op hun beurt aan anderen (hierna te noemen: “subaffiliates”) toegestaan om de banner van Kantoorcentrum op hun websites plaatsen. Op de websites van die “subaffiliates” is een groot aantal malen geklikt op de banner van Kantoorcentrum. Daisycon heeft aan Kantoorcentrum ook de vergoeding voor die kliks gefactureerd. Kantoorcentrum is echter niet bereid om die vergoeding en de daarover berekende commissie en “trafficvergoeding” te betalen. Daisycon heeft niet weersproken dat in de “overeenkomst affiliatieprogramma” niet is bepaald dat een “affiliate” de mogelijkheid heeft om de banner van een adverteerder ook door te plaatsen naar “subaffiliates”. Dat werkt ook door in de verhouding tussen de adverteerders en de “affiliates”. Uitgangspunt bij de beoordeling van deze zaak is daarmee dat een “affiliate” geen bevoegdheid heeft om een banner door te plaatsen en dat hij dus ook geen aanspraak heeft op een vergoeding voor kliks op een doorgeplaatste banner. Daisycon heeft dan ook geen aanspraak op betaling van facturen voor zover daarin vergoedingen voor dergelijke kliks (en commissie en trafficvergoedingen daarover ) zijn opgenomen. Dat ligt anders indien de adverteerder heeft ingestemd met (de mogelijkheid van) doorplaatsing door een “affiliate”. In dat geval is de adverteerder in beginsel wél gehouden tot betaling aan de “affiliate” van een vergoeding voor de kliks op doorgeplaatste banners. Van een dergelijke instemming zal in het algemeen eerst kunnen worden gesproken indien de “affiliate” in zijn aanbieding op de website van Daisycon zodanig duidelijk kenbaar heeft gemaakt dat hij zich de mogelijkheid van doorplaatsing voorbehoudt, dat acceptatie van zijn aanbieding bij hem het gerechtvaardigde vertrouwen mocht wekken dat de adverteerder daar ook mee instemde. Een dergelijke toestemming kan in beginsel dus niet geacht worden te zijn gegeven, indien de mogelijkheid van doorplaatsing weliswaar in de aanbieding was opgenomen, maar de informatie daaromtrent onduidelijk en/of niet (voldoende) opvallend was.


Categorieën: nocategory, Reclame, Verbintenissenrecht

Tags: , , , , , , , , , , ,