Sector kanton rechtbank Zwolle 18 mei 2011 (Nederlandse provinciewebsite), LJN BQ7733 (ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7733)



Sector kanton rechtbank Zwolle 18 mei 2011 (Nederlandse provinciewebsite), ECLI:NL:RBZLY:2011:BQ7733, LJN BQ7733

Eiser heeftgedaagde telefonisch benaderd en heeft hem expliciet gevraagd of hij eenvermelding op zijn internetsite, die tot dan toe gratis was geweest, wildevoortzetten tegen betaling van € 95,00 per maand. Gedaagde heeft te kennenheeft gegeven de vermelding op internet niet tegen betaling te willenvoortzetten. Eiser heeft in reactie daarop meegedeeld dat hij gedaagde een faxzou sturen om de uitschrijving te bevestigen, met het verzoek of gedaagde diefax ondertekend wilde retourneren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiser onder deze omstandigheden uitde ondertekening van de hierboven beschreven fax niet mogen begrijpen datgedaagde het aanbod tot vermelding tegen betaling alsnog aanvaardde. Sterkernog, gelet op de wijze waarop eiser de fax heeft opgesteld, heeft eiser erklaarblijkelijk op gespeculeerd dat in het geval gedaagde de kleine lettertjesgemakshalve voor gezien zou houden en hij zou tekenen voor iets wat hij nietwilde. In de fax wordt niet alleen de aandacht getrokken naar de in een kadergeplaatste, vetgedrukte nietszeggende tekstgedeelten in normale lettergrootte,terwijl de essentialia klein en niet vet zijn gedrukt, maar ook lijkt de temaken keuze -wel of geen automatische verlenging- te verwijzen naar hettelefoongesprek waarin is gevraagd of gedaagde de gratis vermelding wel of niettegen betaling wilde voortzetten. Hierbij komt nog dat tegenover geen of althans een zeer geringe inspanning vaneiser en nagenoeg zonder kosten voor eiser een maandelijks door gedaagde tebetalen bedrag van maar liefst € 95,00 zou staan en dat gedurende drie jaar. Als al niet geconcludeerd zou moeten worden dat sprake is van een bewustepoging tot misleiding door eiser, dan moet onder de omstandigheden degevolgtrekking in elk geval zijn dat het vertrouwen van eiser, dat gedaagdezijn offerte had aanvaard, niet gerechtvaardigd was. Hieraan kan niet afdoendat eiser in een tweede telefoongesprek de offerte nog eens heeft voorgelezen,nu ook vaststaat dat hij dat in hoog tempo heeft gedaan. Gedaagde had geenaanleiding te veronderstellen dat eiser hem iets anders voorhield dan in heteerste telefoongesprek. Dat hem de essentie van het voorgelezene is ontgaan kanhem daarom niet euvel worden geduid. Ten slotte kan niet onvermeld blijven dat in deze procedure ook vaststaat datover de hier beschreven werkwijze van eiser vele klachten zijn, die ookopenbaar zijn gemaakt. Eiser heeft niet gesteld dat hij met die klachtenonbekend is. Daarom moet van het tegendeel worden uitgegaan. Niettemin hebbenal die klachten niet tot aanpassing van zijn werkwijze geleid. Te minder kanhet vertrouwen van eiser daarom gerechtvaardigd worden geacht.





Categorieën: nocategory, Verbintenissenrecht

Tags: , , , , ,