Voorzieningenrechter Alkmaar 8 april 2010 (autobiografie, vader), LJN BM0477 (ECLI:NL:RBALK:2010:BM0477)



Voorzieningenrechter Alkmaar 8 april 2010 (autobiografie, vader),
ECLI:NL:RBALK:2010:BM0477, LJN
BM0477

De voorzieningenrechter neemt als vaststaand aan dat gedaagden de in geding zijnde ‘autobiografie’ (welke zij naar zij stellen hebben opgesteld op verzoek van de politie ter onderbouwing van hun aangifte van seksueel misbruik van de kleinkinderen) onder de aandacht van allerlei instanties hebben gebracht toen de politie naar hun mening te weinig met hun aangifte deed. Het ging daarbij kennelijk om instanties van wie gedaagden 1 en 2 verwachten dat deze tenminste invloed van betekenis konden uitoefenen op het alsnog bewerkstelligen van een onderzoek naar het gestelde misbruik, dan wel die ruchtbaarheid konden geven aan het falen van instanties om adequaat in te grijpen. Vast staat verder dat gedaagden 1 en 2 ook op internet aan een en ander ruchtbaarheid hebben willen geven.
Eiser heeft gemotiveerd weersproken dat de aan zijn adres geuite beschuldigingen op waarheid berusten. eiser heeft aangevoerd dat deze onterechte beschuldigingen hem de nodige stress opleveren en dat hij zich dientengevolge onder doktersbehandeling heeft moeten stellen. eiser heeft gesteld dat hij als gevolg van de beschuldigingen ernstig schade lijdt zowel privé als zakelijk.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Voorop dient te worden gesteld dat de onderhavige "autobiografie" bol staat van de verdachtmakingen en beschuldigingen aan het adres van eiser welke op zichzelf en in onderling verband uiterst beledigend zijn voor hem. De verdachtmakingen en de beschuldigingen vinden evenwel op geen enkele wijze enige steun in (aanvullend) bewijsmateriaal. Elk begin van bewijs ontbreekt. Dit leidt ertoe dat het handelen van gedaagden 1 en 2 als onrechtmatig jegens eiser moet worden aangemerkt. gedaagden 1 en 2 hebben immers geen vrijbrief om, zonder dat een en ander in voldoende mate op objectieve feiten berust, lukraak uitlatingen als hier in het in geding te doen. Anders dan gedaagden 1 en 2kennelijk hebben willen betogen is eiser in hun uitlatingen niet in die mate geanonimiseerd dat op grond daarvan geoordeeld zou moeten worden dat het onrechtmatige karakter daaraan zou zijn weggenomen.
Het belang van eiser om gevrijwaard te worden van ongefundeerde verdachtmakingen en beschuldigingen dient zwaarder te wegen dan het belang dat gedaagden 1 en 2 kennelijk stellen te hebben bij hun uitlatingen.


Categorie├źn: nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Privacy, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , , , ,