Voorzieningenrechter Amsterdam 10 februari 2011 (executiegeschil GeenStijl filmpje), LJN BP3926 (ECLI:NL:RBAMS:2011:BP3926)



Voorzieningenrechter Amsterdam 10 februari 2011 (executiegeschil GeenStijl filmpje), ECLI:NL:RBAMS:2011:BP3926, LJN BP3926

Rechtsvraag: heeft GS Media de in het kort geding vonnis (Vz. Amsterdam 11 september 2009) opgelegde geboden niet of niet voldoende heeft nageleefd.


Tot uitgangspunt kan worden genomen dat de veroordeling in elk geval tot doel had dat GS Media het filmpje waarop gedaagde herkenbaar te zien was, beelden daaruit en de bijbehorende commentaren van (haar websites op) internet zou (doen) verwijderen en verwijderd houden. Op basis van de thans beschikbare gegevens kan worden aangenomen dat dit, na de betekening van het vonnis, ook daadwerkelijk is gebeurd voor zover dit het filmpje zelf betreft, met de daaraan toegevoegde comments, zoals dat te vinden was op de websites www.geenstijl.nl en www.dumpert.nl. In zoverre heeft GS Media het vonnis nageleefd. Dat GS Media op haar website een tamelijk schamper commentaar op het vonnis heeft geleverd, doet daar niet aan af. In dit commentaar komt het filmpje niet voor, evenmin als de naam en/of afbeeldingen van gedaagde.


Dat GS Media wist, althans kon weten, dat X de content van haar websites, ook ten tijde van het vonnis, gebruikte en dat zij dit niet terstond en expliciet heeft verboden, is wellicht onhandig, maar betekent niet dat zij daarmee voor de inhoud van de website van X mede verantwoordelijk is. Gedaagde heeft niet aannemelijk gemaakt dat tussen GS Media en X een samenwerkings-verband bestond. Niet kan worden volgehouden dat GS Media door het niet meteen ondernemen van actie tegen X aan hem een sublicentie heeft verschaft voor het gebruiken en het onder de aandacht van het publiek brengen van de inhoud van haar websites, laat staan dat zij daartoe aan X een opdracht heeft verstrekt. Het voert in ieder geval te ver om het enkele (tijdelijk) stilzitten door GS Media op dit punt aan te merken als een overtreding van de in het vonnis opgenomen geboden.


Maar ook al zou dit het geval zijn, dan nog staat niet vast dat GS Media daarmee in strijd heeft gehandeld met het vonnis. Daarin is GS Media geboden om ‘elke openbaarmaking, verveelvoudiging of verspreiding’ van het filmpje of delen daaruit te staken en gestaakt te houden. Dat daaronder slechts zou moeten worden verstaan het ‘actief naar buiten pushen’, zoals GS Media heeft aangevoerd is een te strikte interpretatie. Ook als beelden op een website nog te zien zijn zonder dat daarvoor een actief handelen van GS Media is vereist, kan dat onder omstandigheden worden aangemerkt als ‘openbaarmaking, verveelvoudiging of verspreiding’. Anders dan gedaagde heeft betoogd moeten de desbetreffende beelden dan echter wel zonder uitgebreid zoeken toegankelijk zijn voor het (gewone internet) publiek, zonder dat daarbij gebruik wordt gemaakt van specifieke adressen. Dat dit hier aan de orde is, is niet aannemelijk geworden.


Doel en strekking van het vonnis zijn dat het filmpje, beelden daaruit en de bijbehorende teksten niet meer op of via de GS Media websites te zien zijn voor het publiek en dat GS Media daartoe de benodigde handelingen diende te verrichten, die redelijkerwijs van haar verwacht konden worden. Door het filmpje en de commentaren van haar websites te verwijderen, heeft zij destijds gedaan wat in haar vermogen lag. Als enkele afbeeldingen na een zeer gerichte zoekactie op basis van specifieke niet voor het publiek toegankelijke gegevens, daarna toch nog ergens op een plek op internet te vinden zijn, mogelijkerwijs via gegevens afkomstig van een aan GS Media gelieerde server, kan het niet verwijderd hebben daarvan, onder de hiervoor geschetste omstandigheden, in redelijkheid niet als een overtreding van het vonnis worden aangemerkt.


Categorieën: Executiegeschillen, nocategory, Verantwoordelijkheid voor website

Tags: , ,