Voorzieningenrechter Amsterdam 15 mei 2013 (Brein vs. ING), LJN CA0350 (ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0350)



Voorzieningenrechter Amsterdam 15 mei 2013 (Brein vs. ING), ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0350, LJN CA0350

Brein eist NAW-gegevens van piratenwebsites van bank ING.


Naar het oordeel van de voorzieningenrechter miskent Brein dat de rol van een internet service provider of hostingprovider wezenlijk anders is dan die van een bank zoals ING Bank. Een “piratenwebsite” kan niet bestaan zonder een provider. Er is geen sprake van onrechtmatigheid als de provider zijn diensten niet verricht. ING Bank verzorgt “slechts” het bancaire betaalverkeer, hetgeen niet als conditio sine qua non heeft te gelden met betrekking tot (mogelijke) auteursrechtinbreuk. Het verlenen van de diensten door ING Bank, is niet noodzakelijk voor de auteursrechtinbreuk (de onrechtmatigheid). Deze is er ook als op de betrokken websites geen rekeningnummer wordt genoemd. Het verrichten van een betaling is ook niet vereist om gebruik te kunnen maken van de diensten die worden aangeboden op de websites van FTD World. De beweerde onrechtmatige activiteiten vinden geheel plaats buiten het gezichtsveld van ING Bank en ook buiten haar invloedssfeer. ING Bank verkeert niet in de positie – en zij hoeft ook niet over de expertise te beschikken – om zich een verantwoord oordeel te (kunnen) vormen over de (on)rechtmatigheid van “piratenwebsites”. Er is dan ook geen relatie tussen ING Bank en de auteursrechtinbreuk, terwijl er wel een relatie is tussen een internet service provider of hosting provider en de auteursrechtinbreuk.


In de belangenafweging van art. 8 sub f Wbp wegen de belangen van ING zwaarder dan die van Brein. Voorshands handelt ING Bank dan ook niet onrechtmatig door te weigeren gegevens te verstrekken.


Categorieën: Auteursrecht, nocategory, Onrechtmatige daad, Positie tussenpersonen

Tags: , , , , , , , ,