Voorzieningenrechter Amsterdam 3 februari 2011 (merkwaardig privéleven), LJN BP5180 (ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5180)



Voorzieningenrechter Amsterdam 3 februari 2011 (merkwaardig privéleven),
ECLI:NL:RBAMS:2011:BP5180, LJN
BP5180

Vast staat dat eiser sub 2, over wie in de gewraakte publicatie wordt geschreven, een publiek figuur is die beroepsmatig ook anderen kritisch benadert. Dit brengt in beginsel met zich dat hij een grotere tolerantie zal moeten opbrengen ten aanzien van wat over hem wordt geschreven dan iemand die niet, dan wel minder in de publieke belangstelling staat en zich in het openbaar niet kritisch over anderen uitlaat. Het betekent echter niet dat hij zich alles moet laten welgevallen.


Het enkele feit dat iemand een relatie heeft of gehuwd is met een persoon die publiciteit niet schuwt, maakt die persoon zelf niet tot een publiek persoon, hoezeer wellicht ook (een deel van) het publiek nieuwsgierig zal zijn naar die partner. Ieder mens heeft er aanspraak op (uitsluitend) naar zijn eigen doen en laten te worden beoordeeld.


Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet de gewraakte publicatie worden gezien als een satirisch bedoelde column. Aan een dergelijke (satirische) column mogen volgens vaste jurisprudentie niet dezelfde hoge eisen worden gesteld als aan onderzoeksjournalistiek.


Een mededeling van feitelijke aard moet, ongeacht of deze wordt gedaan in een column of op een andere wijze wordt gepubliceerd, op zijn waarheidsgehalte worden beoordeeld bij de hiervoor bedoelde afweging van belangen.


Gedaagden hebben voornoemde uitlating gebaseerd op een op de website geplaatste contactadvertentie met informatie over eiseres sub 1 en op naaktfoto’s van eiseres sub 1 die gedaagden van meerdere bronnen zouden hebben verkregen en die op het internet zouden circuleren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hadden gedaagden (op basis van deze informatie) niet tot het schrijven van voornoemde passage mogen komen.


Gedaagden zijn er vanuit gegaan dat het profiel door eiseres sub 1 zelf is opgesteld en geplaatst dan wel dat dit met haar toestemming is gebeurd. Daar hadden gedaagden echter niet zonder meer van uit mogen gaan. Het is een feit van algemene bekendheid dat op het internet veel als waar wordt gepubliceerd, terwijl het onwaar is. Een ieder, en zeker een publicist, dient zich daarvan bewust te zijn en behoedzaam om te gaan met de verspreiding van berichten die hun oorsprong vinden op het internet, indien die verspreiding nadelig kan zijn voor derden. Zoals ter zitting door eisers aan de hand van een door hen op naam van de voorzieningenrechter aangemaakte contactadvertentie is getoond, kan op een eenvoudige wijze door een derde een contactadvertentie op een website worden geplaatst.


Veroordeling om openbaarmaking van publicatie te staken en gestaakt te houden: chilling effect? Van een ongebreidelde vrijheid van meningsuiting kan immers ook een chilling effect uitgaan, zodanig dat personen zich in hun doen en laten niet meer vrij voelen te handelen zoals zij wensen omdat zij moeten vrezen dat hun doen en laten zonder voldoende grond onder een vergrootglas kan worden gelegd en aan ongewenste publiciteit kan worden onderworpen. Rectificatie is geschikt middel om schade te beperken. Gedaagden zullen daarnaast worden veroordeeld Google en Yahoo opdracht te geven tot verwijdering van de gewraakte publicatie uit hun zoekmachines. Dat eisers, zoals gedaagden hebben aangevoerd, dit ook zelf kunnen doen, doet niet ter zake. Het zijn immers gedaagden die onrechtmatig hebben gehandeld.


Categorieën: Identiteitsfraude, nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), Vrijheid van meningsuiting, Zoekmachine

Tags: , , , , , , , , , , , , ,