Voorzieningenrechter Amsterdam 4 februari 2010 (Medical Hypotheses), LJN BL2836 (ECLI:NL:RBAMS:2010:BL2836)



Voorzieningenrechter Amsterdam 4 februari 2010 (Medical Hypotheses), ECLI:NL:RBAMS:2010:BL2836, LJN
**BL2836**

In strijd met eerder gedane toezegging wordt controversieel artikel, dat eerder op website van tijdschrift Medical Hypotheses van Elsevier gepubliceerd was, eraf gehaald en wordt er een vervangende mededeling geplaatst.
Klaarblijkelijk laat Elsevier de beslissing om een artikel al dan niet te publiceren aan de hoofdredacteur van Medical Hypotheses, zodat hij bevoegd is hierover namens Elsevier te beslissen. Uitgangspunt is dan ook dat de toezegging van de redactie van Medical Hypotheses om het artikel te plaatsen, zoals Elsevier ook erkent, in beginsel bindend is. Wanneer echter, zelfs binnen het ruimhartige toelatingsbeleid van Medical Hypotheses, zodanige kritiek op het artikel blijkt te kunnen worden uitgeoefend dat de redactie in redelijkheid niet tot publicatie had mogen overgaan, kan Elsevier haar eigen verantwoordelijkheid als uitgever laten gelden. Onder dergelijke zeer bijzondere en zwaarwegende omstandigheden kan worden geoordeeld dat Elsevier niet (langer) aan een toezegging is gebonden. Voorshands heeft Elsevier voldoende aannemelijk gemaakt dat hiervan in dit geval sprake is. Publicatie in Medical Hypotheses zou het artikel een bepaalde wetenschappelijke status geven die gezien het omstreden onderwerp en de aard van de kritiek voorshands niet terecht is. Bovendien betreft het artikel een onderwerp van groot maatschappelijk belang en is niet denkbeeldig dat het op enigerlei wijze schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. Het belang van Elsevier dit te voorkomen, weegt zwaarder dan haar gebondenheid aan de toezegging van haar redactie.
Over de vordering die ziet op het verwijderen van de mededeling en op het plaatsen van een vervangende mededeling op de websites van Elsevier wordt allereerst overwogen dat voorshands niet duidelijk is geworden waarom Elsevier na het intrekken van het artikel niet had kunnen volstaan met een neutrale tekst. Op het moment dat het door Elsevier ingestelde onderzoek nog niet was afgerond, werd al gesproken van “potentially be damaging to global public health” en van “potentially libelous material”. Over die laatste kwalificatie (“libelous”) heeft Elsevier overigens nog aangevoerd dat dit een in de Engelse taal gebruikelijke aanduiding is voor een onrechtmatige publicatie en dat die aanduiding niet een specifieke beschuldiging van smaad inhoudt. Wat daarvan zij, Elsevier had er beter aan gedaan mede te delen dat het artikel in afwachting van nader onderzoek (tijdelijk) van de website is gehaald. Niet kan worden uitgesloten dat de tekst die Elsevier heeft gepubliceerd schadelijk is voor de reputatie van eiser (en zijn medeauteurs), juist omdat Elsevier als een gezaghebbende uitgever kan worden aangemerkt en omdat de tekst van Elsevier klaarblijkelijk ook door andere gezaghebbende websites wordt overgenomen (zoals die van de National Library of Medicine).
Het beroep van eiser op de vrijheid van meningsuiting kan hem niet baten. Die vrijheid komt niet in het gedrang. Elsevier heeft terecht aangevoerd dat eiser tal van mogelijkheden ten dienste staan om het artikel in de openbaarheid te brengen, bijvoorbeeld door middel van publicatie op zijn eigen website. Dat het artikel dan niet die status krijgt die het zou krijgen door publicatie in Medical Hypotheses, kan niet als een aantasting van de vrijheid van meningsuiting worden aangemerkt. De vrijheid van meningsuiting van eiser kan niet leiden tot een verplichting tot meningsuiting van Elsevier.


Categorieën: nocategory, Vrijheid van meningsuiting

Tags: , , ,