Voorzieningenrechter ‘s-Gravenhage 21 februari 2007 (aftapkosten), LJN AZ9109, met noot door prof.dr. N.A.M.N. van Eijk. (ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9109)




Voorzieningenrechter ‘s-Gravenhage 21 februari 2007 (aftapkosten), LJN AZ9109, met noot door prof.dr. N.A.M.N. van Eijk. (ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ9109)

Aanbieder van internetdiensten XS4ALL tegen de Staat. Over de kosten van het installeren van technische voorzieningen om de systemen van XS4ALL aftapbaar te doen zijn. XS4ALL wenst die relatief hoge kosten geheel of gedeeltelijk op de Staat te verhalen. De kosten waarvoor XS4ALL verhaal zoekt, worden veroorzaakt door verplichtingen in hoofdstuk 13 Tw (Telecommunicatiewet), dus door wetgeving in formele zin. Gezien het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet en de daaraan door de Hoge Raad in het Harmonisatiewetarrest van 14 april 1989 (NJ 1989, 469) gegeven uitleg, staat het de rechter niet vrij deze verplichtingen te toetsen aan een algemeen rechtsbeginsel zoals het beginsel van gelijkheid voor de openbare lasten. Ter beoordeling staat dan nog de vraag of toepassing van de verplichtingen van hoofdstuk 13 Tw zonder te voorzien in een adequate schadevergoeding verenigbaar is met het Gemeenschapsrecht en met het EVRM. De erkenning ven het beginsel van gelijkheid voor de openbare lasten binnen de Nederlandse rechtsorde is niet het gevolg van de doorwerking van enige rechtstreeks werkende verdragsbepaling of bepaling van secondair Gemeenschapsrecht. Het EG-recht en het EVRM bieden geen zelfstandige rechtsingang om op basis van het leerstuk van de onevenredige schade te procederen. Weliswaar omvat het EG-recht ook algemene beginselen van Gemeenschapsrecht, maar daaraan kan alleen worden getoetst in het kader van toetsing aan een geschreven communautaire bepaling. Aangezien naar nationaal recht niet kan worden vastgesteld dat XS4ALL een aanspraak heeft op terugbetaling van de gemaakte kosten van aftapbaarheid, komt de rechtbank niet toe aan beantwoording van de ter pleitzitting opgeworpen vraag of het niet honoreren van deze beweerde aanspraak moet worden opgevat als ontneming van eigendom in de zin van artikel 1 EP EVRM. De rechtbank wijst de vorderingen af.


Categorie├źn: nocategory