Vrz. Rechtbank Amsterdam 12 september 2014 (nationaal wanbetalersregister), ECLI:NL:RBAMS:2014:5938



Vrz. Rechtbank Amsterdam 12 september 2014 (nationaal wanbetalersregister), ECLI:NL:RBAMS:2014:5938


De crediteur die een vordering doet publiceren, streeft daarbij op zichzelf een rechtmatig belang na. Het is echter wel de vraag of het inzetten van internet als middel om een debiteur tot betaling te bewegen niet kan worden gekwalificeerd als bedreiging dan wel misbruik van omstandigheden (art. 3:44 BW). Wat dat laatste betreft is van algemene bekendheid dat ondernemers in grote mate van internet afhankelijk zijn en negatieve berichten op internet hen dus ernstig kunnen treffen.


Dat zou te meer het geval zijn als de Stichting niet alleen wanbetaling publiceert op haar website, maar ook activiteiten verricht die er op gericht zijn haar website in zoekopdrachten naar bedrijven die op haar website vermeld zijn zo hoog mogelijk te laten eindigen. Hoewel in de genoemde e-mail aan eiser is medegedeeld dat de registratie van naam in de bovenste tien zoekresultaten van Google staat, is evenwel niet gesteld of gebleken dat de Stichting hierop invloed heeft gehad.


Of de activiteiten van de Stichting en/of de crediteur die de vordering op de website van de Stichting heeft geplaatst jegens eiser bedreiging of misbruik van omstandigheden opleveren behoeft nader onderzoek, waarvoor in kort geding geen plaats is.


Hoewel een beoordeling van het Cbp dus vooralsnog (ten onrechte) niet heeft plaatsgevonden moet op grond van de beoordeling van het Cbp van andere zwarte lijsten en mede gelet op de onder andere in artikel 7, 8 en 11 van de Wbp neergelegde eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voorshands worden aangenomen dat een zwarte lijst in ieder geval beperkt moet blijven tot een nauw omschreven kring van gebruikers en niet op internet voor een ieder toegankelijk mag worden gemaakt.


Categorie├źn: nocategory, Onrechtmatige uitingen (privaatrechtelijk), WBP, Zwarte lijsten

Tags: , , , , , , ,