Vrz. Rechtbank Rotterdam 4 augustus 2014 (vergissing bij veiling), ECLI:NL:RBROT:2014:6669



Vrz. Rechtbank Rotterdam 4 augustus 2014 (vergissing bij veiling), ECLI:NL:RBROT:2014:6669


Executieveiling via internet. Gedaagde (koper) heeft bij een bedrag van € 550.000,00 per vergissing op de “MIJN”-knop gedrukt.


Voldoende aannemelijk is dat de wil van gedaagde er niet op was gericht het bedrijfspand te kopen voor € 1.064.000,00 plus bijkomende kosten. Dit blijkt alleen al uit het feit dat gedaagde enkele minuten na het drukken op de “MIJN”-knop bij het bedrag van € 550.000,00 en de ontdekking dat de totale koopsom neerkwam op ruim een miljoen euro, de in het veilinghuis aanwezige kandidaat-notaris telefonisch heeft laten weten dat sprake was van een vergissing. Inherent aan een vergissing is dat deze pas achteraf wordt ontdekt.


Artikel 2 van de in dit geval van toepassing zijnde Algemene Veilingvoorwaarden met Internetbieden 2013 impliceert dat, in geval sprake is van een vergissing bij het uitbrengen van een bod, onder omstandigheden een bieder – ter beoordeling van de notaris – niet aan zijn bod wordt gehouden. De notaris heeft echter vastgesteld dat er geen sprake is van een zodanige vergissing dat gedaagde niet aan zijn bod gehouden kan worden. De wijze van totstandkoming en de inhoudelijke beoordeling van de beslissing van de notaris kan in deze procedure, doordat de notaris niet in de procedure is betrokken, niet voldoende beoordeeld worden. Het enkele feit dat de notaris niet is gedagvaard, acht de voorzieningenrechter onvoldoende om aan te kunnen nemen dat de beslissing van de notaris in rechte zonder meer stand zal houden.


Mede gelet op artikel 17 van de Wet op het notarisambt (“De notaris oefent zijn ambt in onafhankelijkheid uit en behartigt de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken partijen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid.”) en rekening houdend met de stelling van de advocaat van gedaagde dat hij twee deskundige vastgoedveilingnotarissen om hun visie heeft gevraagd en die kennelijk van mening waren dat het bod van gedaagde ongeldig had moeten worden verklaard, oordeelt de voorzieningenrechter, marginaal toetsend, dat voorshands niet kan worden uitgesloten dat in een procedure waarin ook de notaris wordt betrokken, zal worden geoordeeld dat de beslissing van de notaris geen stand kan houden.


Artikel 3:33 BW bepaalt dat een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard. Gedaagde heeft aannemelijk gemaakt dat haar verklaring (in casu haar bod in de afslagfase) niet op een dienovereenkomstige wil berustte. In beginsel komt dan geen overeenkomst tot stand.


Categorieën: nocategory, Online veilingen-marktplaats, Verbintenissenrecht

Tags: , , , , ,